Vlissingse ijssport vereniging

Belfort 2   4336JJ Middelburg   0118-603252

K.koenen@zonnet.nl

 

Het IJspaleis

Och, de Kom... Er wordt wel eens gefluisterd dat het een broedplaats was voor Vlissingers. Dat de helft van de bevolking is verwekt in de struiken langs de wandelpaadjes. Bewijzen bestaan daar echter niet voor. Meer dan wat knusse stelletjes in het gras en oude roddels kunnen de meesten zich niet voor de geest halen. Nee, de beste herinneringen aan de Spuikom spelen tegen een wat koudere achtergrond. Dat is de Kom als schaatsbaan.

De oude dokter Van Dijk woonde destijds op de boulevard en had de Spuikom zo'n beetje als achtertuin. "Op weg naar school kwam ik er langs. Soms bleef ik uren weg. Je kon nooit op het eilandje komen, behalve in de winter. Je moest oppassen om er te komen. De Kom was toch een beetje brak. Ik ging altijd aan de kant van de verlengde Glacisstraat het ijs op. Dan moest je door dat brokkelige zoute ijs heen."

Bij vorst kwam heel Vlissingen naar de Kom. Rijkelui met hun bobslee -hoewel de échte rijkelui naar de verlichte schaatsbaan bij de Keersluisbrug gingen- maar ook 'Erremuenaers' die op 't Eiland woonden. "Die schaatsten niet zo veel" , weet Van Dijk. "Zij hadden priksleetjes. Ik mocht op de schaatsen van mijn moeder, van die ruitertjes. Behalve op zondag. Als ik dan met natte voeten thuiskwam, zwaaide er wat. Op het ijs stond een koek-en-zopie tent. Ontzettend veel lol heb ik er beleefd. Vooral ook aan de Duitse soldaten, die niet konden schaatsen. Ze bonden de schaatsen onder hun Stiefeln en dat ging natuurlijk verkeerd. Dolle pret hadden wij dan. Grote jongens, ik herinner me Kees de Waard, oefenden er voor de Elfstedentocht."

Jaap Ventevogel woonde in zijn jonge jaren een meter of honderd bij de Spuikom vandaan. Met zijn vriendjes kickte hij op de ijspret. "Dan was het er gezellig! De IJsclub Vlissingen, die je destijds had, bracht verlichting aan en de middenstand zorgde voor luidsprekers met muziek. En dan maar rondjes schaatsen. Eén grote flirtbeweging was dat. Zeker ook de Zeevaartscholieren. Stoere knullen waren dat."

Daar was Wijnand van Gessel er één van. De huidige directeur van Humares zat destijds met een man of dertig in Hotel Picard. Elke dag wandelde hij over het witte, houten bruggetje naar de boulevard. "Dat bruggetje was voor ons een herkenningspunt. De plek om te bedenken of je op tijd in de les zou zijn. Of het moment dat je zag dat beneden de directeur stond om te controleren of je haren niet te lang waren, en je jasje wel goed dicht. En inderdaad, soms werd er geschaatst. Al kan ik dat van mezelf niet herinneren."

Johan Rouw ook niet. En die woonde als kind toch tegen de Kom aan, boven het garagebedrijf van zijn vader. Maar schaatsen kon hij niet. "Ik zag ze wel zwieren vanuit mijn slaapkamerraam." Zijn vrouw Marjan zou daar best eens één van kunnen zijn geweest. "Hartstikke leuk! Eerst warme chocolademelk drinken bij oma en dan lekker schaatsen.

Omdat ook de vader van Marjan er een garage had, kwam zij er regelmatig. Maar niet buiten het schaatsseizoen. " Dat mocht niet. Het was er een klerezooi. Ze dumpten er van alles. Ook lege handtasjes, in de bosjes. Die heb ik vaak genoeg zien liggen." Het was dan ook wel een gek buurtje, zegt haar echtgenoot. "Hele kleine huisjes met hele grote gezinnen. Er woonde een ijsboer, die elke avond met zijn karretje terugkwam. Van Ham heette die, dacht ik. Een nette man. Verder was het een beetje een armoedig stelletje. Volgens mij ook nog dames van plezier. En overal sloopauto's. Een leuke buurt om op te groeien. Er gebeurde altijd wat."

 

 

 

                                                                                                                                                                 PZC