
Belfort 2 4336JJ Middelburg 0118-
K.koenen@zonnet.nl

Och, de Kom... Er wordt wel eens gefluisterd dat het een broedplaats was voor Vlissingers.
Dat de helft van de bevolking is verwekt in de struiken langs de wandelpaadjes. Bewijzen
bestaan daar echter niet voor. Meer dan wat knusse stelletjes in het gras en oude
roddels kunnen de meesten zich niet voor de geest halen. Nee, de beste herinneringen
aan de Spuikom spelen tegen een wat koudere achtergrond. Dat is de Kom als schaatsbaan.
De oude dokter Van Dijk woonde destijds op de boulevard en had de Spuikom zo'n beetje
als achtertuin. "Op weg naar school kwam ik er langs. Soms bleef ik uren weg. Je
kon nooit op het eilandje komen, behalve in de winter. Je moest oppassen om er te
komen. De Kom was toch een beetje brak. Ik ging altijd aan de kant van de verlengde
Glacisstraat het ijs op. Dan moest je door dat brokkelige zoute ijs heen."
Bij vorst
kwam heel Vlissingen naar de Kom. Rijkelui met hun bobslee -
Jaap Ventevogel woonde in zijn
jonge jaren een meter of honderd bij de Spuikom vandaan. Met zijn vriendjes kickte
hij op de ijspret. "Dan was het er gezellig! De IJsclub Vlissingen, die je destijds
had, bracht verlichting aan en de middenstand zorgde voor luidsprekers met muziek.
En dan maar rondjes schaatsen. Eén grote flirtbeweging was dat. Zeker ook de Zeevaartscholieren.
Stoere knullen waren dat."
Daar was Wijnand van Gessel er één van. De huidige directeur
van Humares zat destijds met een man of dertig in Hotel Picard. Elke dag wandelde
hij over het witte, houten bruggetje naar de boulevard. "Dat bruggetje was voor ons
een herkenningspunt. De plek om te bedenken of je op tijd in de les zou zijn. Of
het moment dat je zag dat beneden de directeur stond om te controleren of je haren
niet te lang waren, en je jasje wel goed dicht. En inderdaad, soms werd er geschaatst.
Al kan ik dat van mezelf niet herinneren."
Johan Rouw ook niet. En die woonde als
kind toch tegen de Kom aan, boven het garagebedrijf van zijn vader. Maar schaatsen
kon hij niet. "Ik zag ze wel zwieren vanuit mijn slaapkamerraam." Zijn vrouw Marjan
zou daar best eens één van kunnen zijn geweest. "Hartstikke leuk! Eerst warme chocolademelk
drinken bij oma en dan lekker schaatsen.
Omdat ook de vader van Marjan er een garage
had, kwam zij er regelmatig. Maar niet buiten het schaatsseizoen. " Dat mocht niet.
Het was er een klerezooi. Ze dumpten er van alles. Ook lege handtasjes, in de bosjes.
Die heb ik vaak genoeg zien liggen." Het was dan ook wel een gek buurtje, zegt haar
echtgenoot. "Hele kleine huisjes met hele grote gezinnen. Er woonde een ijsboer,
die elke avond met zijn karretje terugkwam. Van Ham heette die, dacht ik. Een nette
man. Verder was het een beetje een armoedig stelletje. Volgens mij ook nog dames
van plezier. En overal sloopauto's. Een leuke buurt om op te groeien. Er gebeurde
altijd wat."
PZC